MaxxTest: Harley-Davidson Sportster 1200S

Vaarwel, XL

2021 gaat de geschiedenis in als het jaar waarin Harley-Davidson bewees dat ze ook mainstream motorfietsen kunnen bouwen. De Pan America veroverde uit het niets een plekje tussen de top van de allroads en da’s nog geen klein beetje te danken aan het 1250 Revolution Max motorblok. Vaarwel ‘potato-potato’, hallo hoogtoerig powerhouse. Het karaktervolle, overdreven koppelkrachtige motorgevoel van Harley werd ingeruild voor een pittige V-twin die doet denken aan sportieve tweecilinders van bij pakweg KTM of Aprilia. Maar wat denken de hardcore Harley-fans ervan?

Tekst: Arno Jaspers
Foto’s: Harley-Davidson

Kledij: Dainese by Bimoto

Ik heb het al vaker gezegd: Je hebt motorrijders en je hebt Harley-rijders. Ondanks de grote gelijkenissen is Harley-Davidson er doorheen de jaren in geslaagd om een uniek product en bijhorende community op te bouwen waarmee het merk zich compleet onderscheidt van de rest van de motorwereld. Indien je nooit eerder met een H-D reed, zal je dat waarschijnlijk niet begrijpen, wat meteen ook alle grappen en gesakker over H-D verklaart.

Tot voor enkele jaren hadden de Amerikanen de luxe dat ze zich er niets van moesten aantrekken. Ze bouwden gewoon de producten voor hun  – eerder conservatieve – doelgroep en dat was dat. Maar hoe reageer je wanneer die doelgroep begint uit te sterven, je cijfers in het rood gaan en de klassieke formule uitgewerkt lijkt?

Comfortzone? Gone!

Wel, een katje in het nauw maakt rare sprongen. Zo ook bij Harley waar er eerst sprake was van een gigantisch modellenoffensief, om vervolgens de CEO en een flink stuk werknemers buiten te kegelen, het merendeel van de aangekondigde modellen te schrappen en tot slot uit te pakken met een product dat compleet buiten de comfortzone lag.

Thank God kreeg dat laatste – de Pan Am – wel laaiend enthousiaste reviews, niet in het minst omwille van het gloednieuwe Revolution Max motorblok. Tijd om het ook eens uit te proberen in een ander platform?

Sportster

De naam Sportster gaat al mee sinds 1957 en is daarmee de langst lopende bloedlijn in de motorwereld. Het is m.a.w. één van Harley’s evergreens die in de loop der jaren al oneindig veel verschillende gedaanten aannam. Van de originele Sportster, tot het 883 opstappertje, de 48 bobber, oneindig veel customs in alle soorten en maten, zelfs tot aan de ‘noem het geen Buell’ XR1200: het is erg moeilijk om een lijn te trekken doorheen het Sportster-gamma.

Voor 2021 trekt H-D (met een beetje hulp van de Euro5-norm) dan maar zelf een lijn onder de Sportsters en blijft er slechts 1 in het gamma: de Sportster 1200 S. En zo staat er toevallig eentje met mijn naam op klaar voor een testrit in de buurt van Essen, Duitsland.

Oversized

Ik geef toe dat ik wel val voor een beetje Americana. Da’s hoofdzakelijk te danken aan H-D’s geschiedenis in de flattrack motorsport en toen ik de eerste foto’s van de Sportster S zag, was ik best onder de indruk. Kregen we eindelijk opnieuw een écht sportieve Sportster met tracker looks en dat dikke Revolution Max blok? Ja en Nee. Wanneer ik de motor in het echt zie, is het onmogelijk om naast de gigantische voorband te kijken. Ik vraag me oprecht af hoe je dit ding überhaupt een bocht om krijgt. 

‘Oversized’ is ook het woord dat me te binnen schiet bij het zien van de uitlaat, terwijl het achterspatbord dan weer niet ‘Undersized-er’ kon zijn. Als ik achteraf in de technische presentatie te horen krijg dat er een (minuscuul) optioneel duo-zadel beschikbaar is, besluit ik om eindelijk zo’n “The Bitch Fell Off”-shirt te kopen. Maar hey, ik weet intussen dat het normaal is om als niet-Harley-rijder de nodige twijfels te hebben aan het begin van een testrit. De Pan-America moest ook een hoop scepsis van zich af rijden.

Triumph en Ducati in het vizier

De Amerikanen geven zelf aan dat ze de concurrentie met Triumph en Ducati willen aangaan en dan gaat het dus over musclebikes als de Rocket of de Diavel. Nogal een ‘Bold Claim’ als je het mij vraagt, zeker als ik hoor dat het pk-cijfer werd teruggebracht naar 120 t.o.v. de 150 op de Pan-America. “Meer koppel” bij lage toeren is dan het gebruikelijk antwoord.

Mocht u het moeilijk hebben met het onderscheid tussen koppel en vermogen, dan herhaal ik graag nog even de volgende motorwijsheid: Vermogen is hoe snel je de muur raakt, koppel hoe ver je de muur met je meeneemt. 140Nm koppel op de technische fiche en een enkel schijfremmetje in het voorwiel doen me vermoeden dat die denkbeeldige muur wel eens flink verbouwd kan worden.

Mid controls: betere zithouding

Genoeg gespeculeerd, tijd om op te stappen en daarbij kies ik met mijn 1m73 voor een model dat is uitgerust met de optionele mid-controls oftewel neutraal geplaatste voetsteunen. Op een lage motor als de Sportster bieden de standaard ‘forward controls’  vooral een relaxtere kniehoek voor lange rijders, ik opteer liever voor een actievere zithouding. Het zadel hangt sowieso al erg laag en het is een beetje vooroverleunen over de lange tank om het stuur in handen te nemen. Redelijk sportief, zoals ik het wel graag heb. Het contrast met vorige Sportsters wordt ook heel duidelijk wanneer ik de motor met een druk op de knop aanzet ( H-D werkt steeds met een fopsleutel). 

Technologie

Waar we tot voor kort altijd analoge tellers zagen met hooguit een klein LCD-schermpje, gaat Harley nu volop voor een kleuren-TFT met daarin verstopt alle mogelijke elektronische snufjes van tractiecontrole tot bochten-ABS. Hoewel het dashboard in een mooie ronde behuizing zit, werden de menu’s één op één overgenomen van de Pan-America – inclusief offroad rijmodus, al gokken we dat dit op de definitieve productiemodellen wel zal verdwijnen. Ondanks de vele vernieuwingen, voelt het geheel dankzij de typische H-D stuurknopjes meteen vertrouwd aan. Iets té vertrouwd misschien, als blijkt dat de helft van de stuurknoppen rechts dienen voor een optionele muziekspeler die niet aanwezig is… een nadeeltje van werken met één platform voor meerdere modellen? Het wordt beter als ik de motor start.

Het blok draait iets soepeler en gaat vlotter in toeren dan we gewend zijn van H-D, al blijft het uiteindelijk wel nog steeds een dikke V-Twin. Ik tik de bak in eerste en het duurt niet lang om te ontdekken dat de rijsensatie nog erg ‘Sportster-esque’ is. Het sturen van die dikke voorband gaat verassend vlot, het motorblok heeft altijd trekkracht op overschot en waar je ook komt, je staat in het middelpunt van de aandacht. De eerste indruk wordt overweldigd door het motorblok dat zoveel meer power biedt dan we totnogtoe van H-D gewend waren, al is het niet enkel rozengeur en maneschijn.

Achtervering: dooddoener

Met name de achtervering gooit wat roet in het eten. Met amper 51mm veerweg zit je al snel aan het einde en op hobbelig asfalt wordt het jammer genoeg oncomfortabel. Een draaiknop om de veervoorspanning  in te stellen wordt helemaal tot het zachtste uiteinde gedraaid en dan nog krijg je op tijd en stond serieuze schokken door je lijf. Da’s wel een afknapper, net zoals het enkele schijfje in het voorwiel.

Voor Harley’s rustig cruisende klanten is het ongetwijfeld voldoende, maar als je na een vuurspuwende acceleratie 228 kilo tot stilstand moet brengen, dan is iets meer remkracht erg aangenaam. Net zoals wat meer benzine dan de 11,3l die we nu kunnen meedragen. Mensen met een vlotte pols houden best rekening met de nodige tankstops, maar daarmee hebben we alle minpunten wel gehad.

Na een dikke 150 kilometer cruisen loop ik aan het einde van de rit nog een inspectierondje om de nieuwe Sportster en probeer ik hem te vergelijken met alle Sportsters die ik de afgelopen 10 jaar reed. Zonder succes, want deze is echt wel next level als het aankomt op sportief rijplezier. Hij heeft nog steeds een riemaandrijving en 16-duimswiel achteraan, maar verder is alles anders.

Van de LED ‘pill shape’ koplamp tot de achterbrug met monoshock en motor als dragend framedeel. Het blijft me ook verbazen hoe asymmetrisch de motor is opgebouwd met een duidelijke ‘mooie’ kant met de uitlaat en mindere kant met tal van plastic afdekkapjes. Nee, één dag testen volstond dit keer duidelijk niet om de Sportster helemaal te doorgronden, al wil ik er gerust wel een conclusie rond vormen.

De Afrekening

In de laatste zin van m’n inleiding stel ik de vraag of de Sportster S het hardcore H-D publiek kan bekoren en daarvan ben ik niet echt overtuigd. Visueel zijn er nog wel gelijkenissen qua stijl, maar de potato-sound ging overboord en ook het rijgevoel is compleet anders dan op eender welke andere Harley-Davidson. Zelfs een blinde hoort en voelt de overeenkomsten tussen pakweg een Iron 883, 48, 72 of eender welke Harley met de ‘XL’ of ‘XR’ lettercode die synoniem stond voor de Sportster. Op de Sportster S ligt dat anders door de totaal nieuwe motor- en rijkarakteristiek – zelfs al is deze uitlaatsound ook niet mis met de nodige ‘pops and bangs’ bij het sluiten van het gashendel.

Voor ‘niet-Harley-rijders’ is het met uitzondering van de Pan-America misschien wel de beste H-D ooit, zolang je kan wennen aan die harde schokbreker achteraan. Ohja, en de vanafprijs van 16K…