Vaarwel motorkeuring, maar wat nu?

Het kabinet van Vlaams Minister van Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA) hervormt de keuringen en daarbij verdwijnt de tweedehandskeuring voor motorfietsen in 2026. Bovendien maakt het kabinet zich sterk dat er ook geen periodieke keuring voor motoren komt: “We willen niet strenger zijn dan de Europese regels voorschrijven.” Toch vermoeden we bij MaxxMoto dat het nog enige tijd zal duren vooraleer het keuringsspook helemaal geweken is. We leggen het van naaldje tot draadje voor u uit.

Dat de huidige Vlaamse motorkeuring verdwijnt, wordt terecht op gejuich onthaald. De hele Belgische sector van tweedehandsmotoren klapte in elkaar met meer dan een kwart van de markt dat dag op dag verdween toen er landelijk een tweedehandskeuring verscheen. Bovendien was de controle erg willekeurig en inefficiënt. Quasi elke motordealer kon plotseling een halve dag reserveren om op en af naar de keurstations te rijden, enkel op afspraak, en dat had z’n gevolgen op de tweedehandsprijzen. Vooral instappers of mensen die op zoek waren naar een betaalbare motor, kregen er weer een fikse drempel bij, net zoals particuliere en professionele verkopers. Om de haverklap waren er nog berichten over de ondermaatse kwaliteit van de keuring, al is dat iets wat we reeds kenden van de periodieke autokeuring.

Wat met de verkeersveiligheid?

En dat terwijl het hoofdargument om de keuring in te voeren grotendeels verloren ging in de rompslomp: Verkeersveiligheid. Dat is hét zaligmakende argument waar de Europese richtlijn, de politiek en uiteraard ook de federaties van keurbedrijven (in Vlaanderen GOCA) op bleven hameren voor de invoering. Maar wanneer we de onderzoeken waarop de Europese richtlijn 2014/45/EU gebaseerd is, van dichtbij bekijken, dan is het erg onduidelijk over hoeveel ongevallen door technisch falen er zijn. Of uiteraard in welke mate de ernst van letselongevallen beïnvloed wordt door mogelijks technisch falen. U begrijpt het ongetwijfeld al: geen gemakkelijke materie om te onderzoeken, al komen de meeste studies wel uit op hetvolgende. In minder dan 1% van alle ongevallen zou de technische staat van de motor aanleiding geven tot het ongeval, of de ernst van het ongeval kritisch beïnvloeden.

Aantal dodelijke ongevallen in Vlaanderen door technisch mankement?

Extrapoleren we dat even naar België, dan passeren we via de onvermijdelijke verkeersbarometer van verkeersveiligheidsinstituut VIAS. Die geeft aan dat er vorig jaar in België 2.571 letselongevallen met motorfietsen waren waarbij helaas 57 dodelijke slachtoffers vielen. De barometer vertoont een enorm positieve evolutie over het laatste decennium, een periode waarop niet enkel de rijopleiding hervormt werd, maar ook veiligheidssystemen erop vooruit gingen, bandentechnologie en niet te vergeten: ook de motoropleiding werd grondig hervormd. Toch kunnen we het niet laten om dat ene percentiel invloed van de technische staat te betrekken op de ongevallenstatistiek. Zo gingen we de afgelopen drie jaar in Vlaanderen in totaal +- 75.000 keer naar de tweedehandskeuring à rato van €55,60. Hoe toets je dat af tegen een mogelijke 1% van het aantal letselongevallen? Voer voor een onmogelijke discussie over ethiek en efficiëntie die vooral op Europees niveau de gemoederen (en portefeuilles) beroerd.

Wat zit er eigenlijk achter ‘de keuring’?

Een discussie waaraan het kabinet De Ridder zich duidelijk niet meer wil wagen, want de belangrijkste motivatie voor deze hervorming vinden we elders. Reeds onder het kabinet Lydia Peeters (Open Vld) dat nota bene de tweedehandskeuring voor motorfietsen invoerde, werden er immers flinke vraagtekens geplaatst bij de manier waarop de keurbedrijven in Vlaanderen werken. Wie bekend is met sectorfederatie GOCA weet immers dat het gaat om privé bedrijven die een overheidstaak uitvoeren en dat ze al meer dan 100 jaar niet enkel een monopolie hebben, maar ook een overheidssteun. Ze mogen niet meer dan een bepaald percentage winst maken, maar draaien ze verlies? Dan wordt dat bijgepast met belastingsgeld. Niet voor niets dat er reeds grote investeerders en zelfs verzekeringsbedrijven interesse toonden in de overname van deze keurders. Een manier van werken die de politiek dus maar wat graag wil hervormen.

En nu?

Dat de keuring in Vlaanderen gaat veranderen, stond in de sterren geschreven en voorlopig lijkt het erop dat de markt voor tweedehandsmotoren een gelukkige meevaller krijgt. Hoewel we de afgelopen drie jaar een draak van een motorkeuring in onze maag gesplitst kregen en ook meer en meer Europese lidstaten overstag gaan om een vorm van periodieke motorkeuring in te voeren, lijkt deze regering een beleid te voeren dat we herkennen van bij onze Noorderburen. Zolang de Europese richtlijn 2014/45/EU niet concreet bepaalt welke vorm van technische controle er verplicht moet komen, en dit niet omgezet wordt in wetgeving, kunnen we nog ontsnappen aan het keuringsspook. Maar of dit nog lang zal duren in het huidige Europese politieke klimaat…da’s een vraag waarop ook het kabinet De Ridder geen antwoord heeft.