Krijgen we ooit nog motoren op het Autosalon?

Het Autosalon trok dit jaar meer dan 300.000 bezoekers. Een mijlpaal voor organisator en sectorvereniging FEBIAC, die het ontzettend moeilijk kreeg door de Corona-crisis en daaropvolgende malaise in de autosector. Één erg opvallende afwezige: de motorfiets. Hoe kan het dat de motoren ontbraken op deze 101ste editie en is er een vooruitzicht op motorpaleizen in 2026? MaxxMoto trok op onderzoek.

Foto’s Jonas Roosens
Tekst: Arno Jaspers

Nog vooraleer FEBIAC het aankondigende persbericht van het Autosalon uitstuurde, stond het al vast dat de motorsector zou ontbreken. Meer dan het jaarlijkse geklaag over ’te duur’ en ’te lang’, zijn er in het Benelux motorlandschap immers een aantal belangrijke verschuivingen geweest die in het nadeel van FEBIAC, Het Salon en zelfs België als motorland in het algemeen spelen.

Welwillendheid van de Nederlanders ontbreekt (terecht?)

Een Salon voor motorfietsen kan immers enkel tot stand komen als er voldoende draagvlak is in de sector, en dat betekent eenvoudig gesteld: welwillendheid van de importeurs. Dat is vaak nog belangrijker dan het budget, al spreekt het voor zich dat die hand in hand gaan en dat het ontzettend moeilijk is om voor elk merk apart de rekening te maken.

Een slimme lezer heeft het tussen de regels al gelezen en begrepen: zonder eenduidig met de vinger te wijzen, is het moeilijk praten over dit onderwerp zonder het te hebben over een aantal belangrijke Nederlandse spelers. Het is een feit dat we de laatste vier jaar meer en meer merken hun Benelux-organisatie in Nederland zagen vestigen, of dat er Nederlanders aan het roer staan wanneer de beslissing over het Salon valt.

Dan is het te gemakkelijk om grappen te maken over onze gierige Noorderburen, want aan het einde van de dag zijn er twee gigantische implicaties voor het Salon. Je hele organisatie veertien dagen in Brussel op hotel steken kost een bom centen , maar minstens even belangrijk is het dat een Nederlander nooit helemaal blootgesteld wordt aan de Salonhype die België jaar na jaar overvalt – met uitzondering van 2020-2023.

Het salon is alomtegenwoordig, in tegenstelling tot de motorfiets

Klik eind december/begin januari eender welke social media open, zet de radio op, sla de krant open, kijk naar het TV-journaal… In België heerst er een Salon-wervelwind die niet enkel door Febiac, maar door alle automerken (en toegegeven, een paar motormerken met saloncondities bij de dealer) in gang gehouden wordt. Je ontkomt er als particulier niet aan, wat meteen verklaart dat er 300,000 mensen afzakken naar de Heizel. En dat terwijl de autosector nog steeds op apegapen ligt en er nooit minder particulieren auto’s kochten. Een centrale ligging in België is ook mooi meegenomen, enkel op die verdomde hamburgers van 15 euro moet er nog iets gevonden worden…

Zijn de motorpaleizen een speeltuin voor autokopers? Absoluut. Maar je wilt het aantal motorrijders niet tellen die voor het eerst op een motor zaten op het Autosalon. Alleen al de Salon-profielfoto’s op social media waren in januari steevast een trend. Sterker nog: er is wereldwijd geen groter event waar de motorsector kan profiteren van een ander publiek zoals op het Autosalon. Maar goed, wat zijn dan nog excuses om het Salon links te laten liggen?

Utrecht, en de wildgroei van kleinere motorevents

Voor de motorsector is het duidelijk dat de Motorbeurs Utrecht het Salon moet vervangen als start van het jaar en de eerste grote afspraak sinds de EICMA. Deze beurs is stukken goedkoper voor de standhouders, duurt maar vier dagen en trok vorig jaar nog steeds 87.000 bezoekers. Klinkt niet slecht, al zit je daar wel steeds te vissen in de vijver van Nederlanders die reeds met de motor rijden. En laten we een kat een kat noemen: de Motorbeurs Utrecht is groot geworden met de groothandels waar je goedkoop een paar handschoenen voor vijf euro uit een bak kon vissen, niét met mooie stands van de nieuwste modellen.

Datzelfde argument over het motorrijderspubliek gaat overigens op voor tal van ‘belevingsevents’ die als paddenstoelen uit de grond schoten toen de importeurs niet wisten wat te doen met hun salonbudget en waar alles eigenlijk draait rond gratis testritten met nieuwe modellen. Één ding is zeker: het aantal Belgen in Utrecht kan je meestal op een hand tellen, net zoals de Nederlanders niet afzakken naar Brussel. En mensen bereiken die niét met de motor rijden…enkel nog via mond aan mond reclame of failcompilations?

Wat moet er gebeuren voor 2025?

Waar zal het dan van afhangen of we ooit terug motoren krijgen in Brussel? In de eerste plaats moeten organistor FEBIAC en de merken opnieuw aan tafel om te zien hoe ze elkaar tegemoet kunnen komen. Als er ooit ‘Supercar’-weekends, aparte belevingspaleizen met elektrische fietsen en E-mobility halls georganiseerd werden, dan kan het geen onmogelijke taak zijn om een haalbare, betaalbare formule te bedenken op maat van de motormerken. En de motorrijders? Die zijn er sowieso opnieuw. Het merendeel begin januari wel nog met de auto…