Screenshot

Onze Man won de nationale FIM MotoGP Fantasy pronostiek – tips & tricks

Wie me eind jaren ’90 — zittend op mijn paars-witte Honda Camino, inclusief gedraaid pootje, lang zadel, the works — had verteld dat ik ooit Belgisch kampioen zou worden in een FIM-kampioenschap motorracen, had ik voor gek verklaard. En toch is het net dàt wat ik dit jaar klaargespeeld heb. Enfin… ongeveer.

Tekst: Jonas Roosens
Foto’s: RV

Ik won namelijk een spelletje dat MotoGP Fantasy heet. Via de site (en app) van het snelste circus ter wereld kan je deelnemen aan ‘officiële’ competities. In de Belgische versie deden dit jaar zo’n 430 mensen mee. Vergelijk het met voetbalmanager-spelletjes, maar dan met rijders, constructeurs en teams. Je kiest twee gouden en twee zilveren rijders, één constructeur en één team. Per race krijg je punten op basis van startpositie en eindresultaat. En nu het seizoen erop zit, mag ik vaststellen dat ik bovenaan het podium sta. Beste van België. FUCK YEAH!

Het was een spannende strijd doorheen het jaar, al maakte de eindsprint het verschil.

“Allemaal goed en wel, maar wat bereik je hier nu mee?”, hoor ik je denken. Buiten een gigantische hoop tijdverlies, een ton dataverzameling door het voormelde circus en een screenshot dat ik later aan mijn kleinkinderen ga tonen: absoluut niets. Motorracen is totaal onvoorspelbaar en het puntensysteem is arbitrair en eigenlijk fout – waarover hieronder meer. Maar goed, ik heb gewonnen, dus klagen doe ik niet. “Je moet spelen met de regels die je krijgt”, zei ik in de jaren ’90 ook al tegen de politie.

Toch was het allemaal minder eenvoudig dan ik laat uitschijnen. Een kleine duik in de cijfers: ik behaalde 3.769 punten en werd 304e wereldwijd. De globale winnaar (van 71.000 spelers) haalde 3.891,5 punten. Hij/zij/het won dus met slechts 3,25%. Vergelijk dat met een endurance-race van 15 uur: dan kom ik maar 29 minuten na de winnaar binnen. Niet slecht voor een oude gabber met een kapotte rug en artrose, toch?

Je speelt het spel ook met een budget dat je moet verdelen over al je aankopen. Dat maakt dat je voor de start van het seizoen een evenwichtig team moet samenstellen. Een dure topper die punten garandeert, twee piloten die hopelijk consistent top 10 kunnen rijden en een 4e man die hopelijk verrast. Want doorheen het seizoen kunnen al je aankopen in waarde stijgen of dalen. Maar daar zit dan weer 1van die dingen die nogal vaag zijn: hoe die waardebepaling gebeurt, dan weet je niet. Dat gebeurt in een kantoortje op de hoofdzetel van Dorna in Barcelona, tussen 2 siësta’s door. Wanneer Bezzecchi in Silverstone door een technisch defect z’n start volledig in de soep draait en hij de inhaalrace der inhaalraces rijdt zakt hij nog steeds $300.000 in waarde. Want hij is op pole gestart en als 4e over de streep gekomen. En als je op het einde van het seizoen voor Martin (slechts 8 races dit jaar) maar $100k minder betaalt dan voor een Quartararo (rotmotor, vaak top-5), dan ruik je ook al dat sommige posterboys in een hogere schuif liggen dan andere.

Het zit in de details

Geluk speelt uiteraard een grote rol. Een piloot kan in trainingen en kwalificaties briljant presteren, maar als hij zonder aanwijsbare reden tegen de vlakte gaat (ik kijk naar jullie, fam. Márquez), wordt een gok plots héél duur. Maar als je goed oplet, kan je vroeg zien of een Raúl Fernández, Di Giannantonio of Aldeguer dat weekend in vorm is. Kies je juist, dan pak je punten. Als buitenstaander kan je alleen maar raden welke strategie teams hanteren tijdens de trainingen. Eén zwaluw maakt de lente niet; één snelle ronde maakt je nog geen podiumfinisher. En dan is er nog Morbidelli die zijn torpedo’s kan activeren — de goede of de slechte, niemand die dat voorspelt.

Wanneer Franky z’n (al dan niet zelfvernietigende) torpedo’s aanzet, gaan alle regels overboord.

Strategie speelt dus wél een rol. Als constructeur moest je dit jaar Ducati hebben: zoveel motoren op de grid, en met MM93 in de punten zag zelfs mijn zesjarige zoon dat dat zou scoren. Als team was de Bologna-combinatie minder betrouwbaar. Gresini was dankzij baby Márquez en de verrassend sterke Fermín Aldeguer vaak een goeie gok, al konden VR46 of zelfs KTM soms verleidelijk zijn. Hier kon je zeker verschil maken… of punten verliezen.

De wankele prestaties van sommige rijders binnen de top-10 zorgden ervoor dat je ieder weekend opnieuw vanaf de eerste vrije training moest opletten voor uitschieters.

Wie blinkt uit, wie laat het afweten?

Bij de piloten lag de echte winst echter bij de totale buitenbeentjes. Wie in Japan voorspelde dat Mir zijn Honda op het podium zou knallen, dat Zarco thuis in Le Mans goud zou pakken of dat Raúl Fernández de GP van Australië zou winnen, scoorde groots. Anderzijds waren races zoals op de Sachsenring (waar slechts tien rijders fini­shten) pure marteling: elke ronde iemand in het grind, en je kon alleen maar hopen dat het niet iemand uit jouw team was.

Nu kan de uitdaging uiteraard pas echt beginnen: kan ik mijn titel verdedigen in 2026? Wat zijn de tips van de kampioen? Alles ga ik uiteraard niet verklappen, maar het is ook geen rocket science. Eerst en vooral: kijk zelf naar alle sessies. Zelfs de eerste vrije training is interessant. Hier zal je al kunnen aanvoelen wie er goed in z’n vel zit en wie er wel eens kan verrassen. Kijk naar iemand die constant redelijke tijden kan rijden, niet iemand die enkel met 1 uitschieter een snelle ronde neerzet. Zoek naar de 2 ploegmakkers die collectief het sterkst zijn. Voor Marquez op P1 en Pecco P16 krijg je minder punten dan voor Diggia P4 en Morbidelli P6 bijvoorbeeld. Probeer je voordeel te doen door piloten die in waarde gestegen zijn te ruilen voor piloten uit de lagere rangen die dan weer kans maken op dikke punten. Een Zarco kopen als het gaat regenen, om maar iets te zeggen. Zo zal je later op het seizoen het budget hebben om je garage te vullen met allemaal klasbakken. En dat is uiteindelijk wat we als motorrijders allemaal willen.

Verdiende nummer 1

En zo komt het dus dat ik, dankzij enkele goede gokken, een jaar lang met een dikke vette ‘1’ op mijn hoogpoter door de file mag knallen: ik ben de kampioen van België. Zelfs als je met een oude Gixxer 600 maar 1:15 rijdt op Mettet, kan je toch nog winnen. Vorig jaar werd ik zesde, dit jaar was niemand beter. En dat voelt fucking extatisch. Het beste van al? Ik heb nu bragging rights. Wanneer iemand ooit maar íéts over motorracen zegt, kan ik voortaan antwoorden dat ik óók eens iets gewonnen heb.

Winning.