Het MotoGP seizoen 2015 zal de geschiedenis ingaan als één van de meest memorabele seizoenen ooit. Er werd harder dan ooit gevochten voor de titel door twee van de beste racers aller tijden, terwijl er twee andere grootheden klaarstonden om het kampioenschap nog spannender te maken. We zagen de wederopstanding van Ducati en ook Suzuki maakte een stevige comeback. En dan hebben we het nog niet eens over de jonge sterren die erbij kwamen in de MotoGP-klasse.

Tekst: David Emmett/AJ

Bovenal gaf 2015 ons een hoop prachtige races met een titelstrijd die duurde tot de laatste manche. We zagen triomf en tragedie. Een bijna wekelijkse eb en vloed tussen Valentino Rossi en Jorge Lorenzo. We zagen races die beslist werden door fracties van een seconde, dappere inhaalbewegingen en bovenal controverse. Niet in het minst dankzij het meest besproken manoeuvre in jaren waarbij de clash tussen twee rijders voor een stuk het kampioenschap besliste. Het deed me heel fel terugdenken aan het seizoen 2006, het eerste jaar dat ik schreef over de MotoGP…

 

“Kan de geschiedenis zichzelf herhalen? Het lijkt er alvast op dat Ducati zich beter aan de nieuwe regels heeft aangepast dan de concurrenten.”

 

Uit de nasleep van het seizoen 2006 kunnen we ook lessen trekken voor 2016. Er waren grote veranderingen aan het technische reglement voor 2007, net zoals dit jaar. De motoren gingen toen van 990cc naar 800cc en er kwamen beperkingen op de banden en de benzine. In 2016 krijgen we de introductie van de zogenoemde ‘unified software’ – oftewel de gelijke software voor alle teams – en de switch van Bridgestone naar Michelin rubber. Wie bevangen was door het spektakel van 2006, werd in 2007 getrakteerd op een overmacht van Ducati, Bridgestone en Casey Stoner. Een mijlpaal voor de MotoGP.

ducati

Het lijkt erop dat Ducati zich als snelste kon aanpassen aan de Michelins en de unified elektronica.

2006 of 2007?
Maar kan de geschiedenis zichzelf herhalen? Het lijkt er alvast op dat Ducati zich beter aan de nieuwe regels heeft aangepast dan de concurrenten. Aan het einde van de tests staan er enkele verrassende namen op de tabellen. Maverick Viñales en Scott Redding, om er maar een paar te noemen. De aanpassingen aan de banden gooien alle verwachtingen overhoop en als we één ding zeker weten, dan is het dat er in 2016 verrassingen zullen schuilen achter elke bocht. Hoofdverantwoordelijke hiervoor is zoals gezegd de Franse bandenleverancier die met enkele ups en downs terugkeerde naar de koninginnenklasse. De motoren zijn meer veranderd dan verwacht. Er wordt later en harder geremd, ze gaan harder door de bocht en ook de gewichtsverdeling is tegenwoordig helemaal anders dan in 2008 toen Michelin het MotoGP-circus verliet. De Fransen hadden dus tijd nodig om zich aan te passen met veel crashes als resultaat. Dankzij grondige aanpassingen aan de banden én de motorsetups in de winterperiode is dit nu gelukkig achter de rug. De ontploffende achterband van Loris Baz leidde trouwens ook tot de implementering van een verplichte bandendruk.

Lorenzo

Het ontbreekt Lorenzo niet aan snelheid, wel aan consistentie.

Een belangrijke uitkomst van de tests is het verschil tussen gelijkaardige banden op verschillende circuits. Jorge Lorenzo domineerde in Sepang, was middelmatig op Phillip Island en stond opnieuw aan kop in Qatar. De temperatuursdaling in de namiddag op Phillip Island bracht crashes met zich mee en Michelin zal tijdens het seizoen dan ook de handen vol hebben om de data van ieder circuit optimaal te gebruiken. Soms zullen rijders uitzonderlijk goed presteren onder bepaalde omstandigheden op een bepaald circuit, terwijl ze een week later de Franse banden zullen vervloeken. Het is een moeilijk in te schatten spelletje waar ieder team week na week mee om moet gaan.

Kinderziektes
Zal de nieuwe elektronica evenveel verrassingen in petto hebben als de banden? Je zou er op durven gokken na de eerste volledige software-test in Valencia. Maar de winterpauze was exact wat de data-ingenieurs nodig hadden om de elektronica op punt te stellen. Ze namen de tijd om de nieuwe en oude systemen naast elkaar te leggen en beslisten wat de software nodig had om het maximum uit de GP-motoren te krijgen.

 

“De software die tot voor kort door Yamaha, Honda en Ducati gebruikt werd, kon de bandenslijtage tijdens de race inschatten en preventief de motor aanpassen om zuiniger om te springen met het rubber. Dankzij de komst van de gemeenschappelijke software is dit voordeel volledig weg.”

 

In Sepang werd het duidelijk dat Ducati een straatlengte voorsprong had, al kwamen Yamaha en Suzuki snel dichterbij terwijl Honda en Aprilia moeilijkheden ondervonden. Op Phillip Island zette Honda een stapje vooruit, gevolgd door een tweede tijdens de finale test in Qatar. Ja, er is nog veel ruimte voor verbetering, al lijken de kinderziektes toch achter de rug. De elektronica zal wel steeds een hot topic blijven en de reden daarvoor is gelinkt aan de banden en meerbepaald de bandenslijtage. Voormalig Bridgestone PR-man en bandenguru Carmine Moscaritolo legde het onlangs nog uit in een post op LinkedIn. De voorbije tien jaar werden de motoren een stuk sneller en de focus van de elektronica veranderde. In de plaats van enkel maar de kracht te controleren, kwam er een focus op de bandenslijtage. Hoe langer de banden meegaan, hoe sneller een rijder nog kan gaan aan het einde van de race en dus moeten de banden zo lang mogelijk in goede conditie blijven. De software die tot voor kort door Yamaha, Honda en Ducati gebruikt werd, kon de bandenslijtage tijdens de race inschatten en preventief de motor aanpassen om zuiniger om te springen met het rubber. Dankzij de komst van de gemeenschappelijke software is dit voordeel volledig weg. De elektronica kan de setup van de motor nog veranderen van bocht tot bocht, al kan ze zichzelf niet meer aanpassen van ronde tot ronde om de banden te sparen. In ruil krijgen de rijders terug verschillende softwaremappings die ze zelf manueel kunnen aanpassen. Al de rest moet dus van de rijder zelf komen met een goede gascontrole, optimale zithouding en pure rijkunsten.

elektronica

Er wordt verwacht dat de rijder zelf – en dus niet langer de elektronica – verantwoordelijkheid neemt voor de beperking van de bandenslijtage.

Wie wint er iets aan de nieuwe regels?
Wie doet hier voordeel aan? Om te beginnen is dit een pluspunt voor rijders die zuinig met hun banden omgaan. Dit zou niet zoveel effect mogen hebben op het deelnemersveld aangezien ze hier allemaal een uitgebreide ervaring mee hebben. Wie denkt dat de 2016 MotoGP software een stap achteruit is, moet zeker ook de Moto2 software eens onder de loep nemen…

Slimme, kalme, ervaren rijders zijn sowieso bevoordeeld. Want de rijders die woest met het rood voor de ogen rijden, kunnen wel eens vergeten om op tijd van mapping te veranderen en rijden zo hun banden op voor de race over is. Slimme piloten kunnen jongleren met de verschillende mappings en zo voor een stukje de taak van de elektronica over nemen om de banden te sparen. Talent, intelligentie en het snel kunnen nemen van de juiste beslissing op de juiste moment: het zijn drie sleutels die de geweldige rijders van de mindere goden onderscheiden.

rossidark

Als de geschiedenis ons één ding leert, dan is het dat je Rossi nooit zomaar mag afschrijven.

De wraak van de GOAT
Hoewel de banden en de elektronica veranderen, blijven er ook sommige zaken hetzelfde. Bijvoorbeeld de intense tweestrijd die er heerst tussen Valentino Rossi en Marc Márquez. Er is weinig verlangen bij beide rijders om hier iets aan te doen, al moet het gezegd dat Márquez er veel minder over gesproken heeft dan Rossi. Rossi’s publieke opmerkingen waren bitter en grof, hij vertelde zelfs openlijk dat Márquez heeft valsgespeeld om Rossi’s 2015 titel te ontnemen. Daarbij ging hij ook de vergelijking aan met de acties van Ayrton Senna op Suzuka in 1990 toen die Alain Prost in de eerste bocht van de finale race van de baan ramde om zo de F1-titel te winnen.

Marc Márquez overwoog iedere uitspraak in de pers zorgvuldig en gaf aan dat hij het triest vindt dat deze situatie blijft voortduren. Zijn acties daarentegen zijn misschien iets minder weloverwogen, zo leerden we van MotoGP-journalist Steve English dat Marc Márquez tijdens de test in Australië vlak naast Rossi ging staan tijdens de oefenstarts om hem lang en diep in de ogen te kijken. Een teamlid van Rossi verwoordde het eerder al mooi: “De twee grootste ego’s in de paddock waren altijd voorbestemd om te botsen.”

“Als de Qatar-test een vooruitblik kan bieden voor 2016, dan heeft Marc Márquez een kans op de titel.”

 

In it to win it
Als we op de testresultaten afgaan, dan hebben zowel Rossi als Márquez een goede kans op de titel. Maar niet zo’n goeie als de regerende kampioen Jorge Lorenzo. Dani Pedrosa vervolledigt de top vier, al was hij tijdens de preseizoentests minder overtuigend dan verwacht. De gedachte heerste dat Pedrosa een voordeel zou hebben bij de switch naar Michelin omdat de Michelin achterband meer grip biedt dan de Bridgestones. De lichte Pedrosa zou dus minder problemen mogen ondervinden om tractie te hebben. Die theorie blijft staande, al ondervond Honda grote problemen om de unified software onder de knie te krijgen voor de RC213V. Iedere test werd er vooruitgang geboekt, maar niet genoeg om Pedrosa van zijn frustraties af te helpen.

Pedrosa

Pedrosa zal moeten verbeteren als hij in 2016 mee wil met de koplopers.

Nochtans heeft Marc Márquez aangetoond dat vooruitgang mogelijk is. Márquez was bijna constant de snelste Honda-rijder, enkel Cal Crutchlow kon zich af en toe met hem meten op de LCR Honda. Na vele kleine verbeteringen, zorgde een crash en een redelijk radicaal experiment voor de grootste verbetering. Crew Chief Santi Hernandez beval om Márquez’ motor een keer grondig te herzien en dat bracht veel beterschap in Qatar. Voor het eerst dit jaar verliet Marc Márquez een test met vertrouwen en dat biedt ook hoop voor Pedrosa.

Toch blijft de vraag of Marc Márquez aan de racepace van de Yamaha’s zal kunnen tippen. Enkel in de laatste test reed Marc Márquez meer snelle rondjes dan Jorge Lorenzo, al zette die laatste dan weer de snelste rondetijd neer. Als de Qatar-test een vooruitblik kan bieden voor 2016, dan heeft Marc Márquez een kans op de titel. Was Qatar echter een uitschieter, dan wordt volgend seizoen opnieuw een jaar vol teleurstellingen.

marc

Het is nog te vroeg om uitspraken te doen over de titelkansen van Marc Márquez, al ligt dat meer aan de motor dan aan de rijder.

Blauw op blauw. Opnieuw.
Totnogtoe lijkt 2016 dus veel weg te hebben van 2015. Beide Yam’s staan sterk en ook al is Lorenzo de snelste: Rossi is nog steeds de meest constante rijder. Jorge Lorenzo domineerde in Sepang en Qatar, maar Phillip Island viel hem moeilijker. Rossi had nergens de bovenhand, maar zat steeds rond dezelfde positie. Laat je dus niet in de luren leggen door de toptijden want terwijl Lorenzo zijn handen vol had met de banden en de setup, behandelde Rossi het meeste testwerk met nieuwe onderdelen. Rossi is dus ongetwijfeld beter dan je zou afleiden uit zijn tijden, maar of hij goed genoeg is om Lorenzo keer op keer te kloppen?

rossi

Ook in 2016 blijft de M1 de te kloppen motor.

Wie komt er als favoriet uit de tests? Wel, het staat buiten kijf dat de Yamaha M1 een superieure motorfiets is, ook al onderging hij amper veranderingen ten opzicht van vorig jaar. We noteren wel dat de M1 dankzij verminderde interne frictie 6 pk sterker werd, al blijft hij minder krachtig dan de Honda en de Ducati. Yamaha kan aanklampen in de slipstream en dat volstaat want in de bochten is de M1 onklopbaar. Zeker met Lorenzo aan het stuur, al zal die ongetwijfeld problemen ondervinden op sommige circuits waar de banden hem niet liggen. Dat zijn de momenten waarop Rossi meestal uitblinkt en ironisch genoeg is Marc Márquez dan vaak ook op het appel. Of de Honda snel genoeg is, blijft een vraagteken. Maar je kan er zeker van zijn dat Marc Márquez opnieuw tot het uiterste zal gaan. Of misschien net een tikkeltje minder dan vorig jaar, want als Marc Márquez één les geleerd heeft, dan is het wel dat hij moet durven settelen voor de punten in plaats van te crashen. Althans, dat vertelt hij toch aan de media.

Een bende outsiders
Het beste aan het seizoen 2016 is misschien wel de lading nieuwe namen die het vuur aan de schenen van de gevestigde waarden zal leggen. Voornamelijk de Ducati-rijders hebben een voordeel bij de overstap naar de nieuwe elektronica en de Ducati Pramac’s reden zich al enkele keren mooi in de kijker. In Sepang werden ze vervoegd door niemand minder dan Casey Stoner. Een hoopvol teken voor de Ducatisti. Daarbij komt nog dat de Desmosedici GP voordeel ondervindt van de meer grip biedende achterband én de zwakkere voorband. De Ducs hebben meer drive uit de bocht en de Honda’s kunnen niet langer remmen nadat hun engelbewaarder honderd meter eerder al een hartaanval kreeg. Omdat de Ducati’s het sowieso al moeilijker hadden in de bochten, verloren ze waarschijnlijk ook minder momentum dan hun concurrenten. Tel daarbij nog dat de Michelins minder vergevingsgezind zijn bij het aanremmen in de bocht en dan heeft de Ducati GP15 wel eens een mooie kans op goede resultaten.

 

“Het is bijna een vernedering voor de fabrieksrijders want de twee Andrea’s, Dovizioso en Iannone konden niet aan de rondetijden van de Pramac Ducati’s tippen.”

 

Door de grote hoeveelheid technische veranderingen kon het Pramac team meer vooruitgang boeken dan het fabrieksteam. Scott Redding en Danilo Petrucci moesten tijdens het preseizoen niets meer testen en konden daarom focussen op de beste basissetup voor de Desmosedici GP15. Dat resulteerde in snelle tijden op Phillip Island, al crashte Petrucci met een gebroken hand tot gevolg. Redding daarentegen was keer op keer indrukwekkend en finishte zelfs tweede in Qatar. Maar sterker nog was Redding’s constante snelheid. Hij kon niet enkel een snelle tijd neerzetten, maar hield ronde na ronde een stevig tempo aan. Reddings prestatie kwam trouwens niet alleen door de aanpassingen aan de motor. Een groot deel had ook te maken met Redding zelf. De Engelsman had het moeilijk bij de overstap van de Moto2 naar de MotoGP en kon het nooit helemaal vinden met de fabrieks RC213V. De Ducati is duidelijk beter geschikt voor de lange Brit en misschien kan Redding dit jaar dus wel aanspraak maken op het podium. Datzelfde gaat ook op voor Petrucci die uitblonk tijdens de tests.

Het is bijna een vernedering voor de fabrieksrijders want de twee Andrea’s, Dovizioso en Iannone, konden niet aan de rondetijden van de Pramac Ducati’s tippen. Die stelling is echter nogal kort door de bocht, want de fabrieksrijders waren bezig met het finetunen van de 2016 Desmosedici. En terwijl Iannone vlotjes de aanpassing maakte aan de banden en elektronica tijdens het voorseizoen, had Dovisioso het moeilijker. Niet te verwonderen, want Dovi staat bekend om zijn late remacties en net dat wordt verhinderd door de zwakke Michelin voorband. Toch scoorde de oudste Andrea een stuk beter op Phillip Island en ook op Qatar reed hij goed. Als Dovi in 2017 zijn fabriekszitje wil behouden, zal hij in 2016 moeten presteren. En die motivatie kan tellen.

redding

De verrassing van de pre-season tests: Scott Redding op zijn Pramac Ducati.

De volgende Alien?
De Ducati’s hebben hun pijlen op het podium gericht, maar ook Maverick Viñales zou wel eens een te duchten tegenstander kunnen zijn. De verbeteringen aan de Suzuki GSX-RR –meer pk’s, een ander chassis en een seamless versnellingsbak – hebben de motor getransformeerd in een competitieve machine. Was dit het enige wat nodig was voor Viñales om de volgende alien te worden en het groepje van vier in te halen? Het is nog te vroeg om uitspraken te doen, al zijn de testresultaten veelbelovend. De snelste op Phillip Island, derde snelste in Sepang en constant bij de voorste groep. Viñales heeft zijn zinnen gezet op het podium.

 

“Je mag er van uitgaan dat we regelmatig ook het Suzuki blauw zullen zien opduiken in de voorste rangen.”

 

Toch blijft er een groot vraagteken hangen, want de Spaanse sensatie mag dan wel snelle rondjes kunnen rijden, zijn globale prestaties zijn minder indrukwekkend. In Qatar was het tempo van zijn lange testruns slechts middelmatig. Vergeleken bij Márquez moest hij zelfs tien seconden inleveren over de afstand van een hele race. Het is moeilijk om rondetijden te vergelijken tijdens de tests omdat iedereen een verschillend programma heeft, al lijkt het erop dat Viñales dus toch nog wat hulp zal kunnen gebruiken. Dat gezegd zijnde, mag je er van uitgaan dat we regelmatig ook het Suzuki blauw zullen zien opduiken in de voorste rangen, naast o.a. het rood van de Ducati’s.

inales

Kan Viñales in 2016 zijn snelle rondetijden verzilveren?

Wat mogen we nu verwachten?
Zal 2016 op 2006 lijken, met de elektronische beperkingen die leiden tot geweldige races? Of zal het een nieuw 2007 worden, waarin de nieuwe regelgeving ervoor zorgde dat één bepaalde fabrikant de juiste beslissingen nam en de rest er achteraan holde?

De voortekenen zien er momenteel erg goed uit. Afgaande op de beste rondjes van Qatar mogen we zeggen dat het tempo van koplopers Lorenzo en Márquez dicht bij elkaar ligt, op de voet gevolgd door Redding en Rossi. De nieuwe elektronica en banden zullen hun impact hebben en het is niet omdat iemand het ene weekend goed scoort, dat dit het volgende raceweekend nog zo zal zijn. Er zijn genoeg kandidaten voor de hoofdrollen en er is zelfs een bittere tweestrijd die de competitiviteit naar ongekende hoogten kan drijven.

afsluiter

2016 heeft alle ingrediënten om het beste MotoGP-jaar ooit te worden. Het enige probleem is dat we dat elk jaar opnieuw zeggen…

Interessante sportlectuur, maar nog niet voldaan? Meer GP-nieuws van schrijver David Emmett op motomatters.com. Zelfde kwaliteit, zelfde stijl, maar wel in het Engels.

About The Author

Related Posts